Schimmelinfecties

> Schimmelinfecties
Introductie

De huid

Mond en slokdarm

Vaginale vloed

De longen

Vragen en antwoorden



Het schimmelrijk

Schimmels kent u waarschijnlijk wel: u ziet ze wel eens op oud brood of rotte sinaasappels, u kent de schimmels in 'schimmelkazen' en u weet dat ook de paddestoelen in het bos en oesterzwammen en champignons tot de schimmels behoren.
Ook mensen kunnen schimmels hebben. Een raar idee. Maar niet zo raar meer als u een kijkje heeft genomen in het schimmelrijk...

Het schimmelrijk bestaat uit allerlei soorten schimmels; meer dan honderdduizend soorten. Ze hebben altijd een voedingsbodem nodig: iets waar ze hun bouwstoffen uit halen. Bij sommige is dat dood hout, bij andere dode bladeren, bij weer andere graan, kaas, behang, fruit, noten, brood of zelfs kruidenpoeder. En sommige groeien op mensen of dieren.


Schimmels bij mensen

Schimmels bij mensen gebruiken bijvoorbeeld keratine dat in onze huid zit, als voedingsstof. Deze schimmels noemen we dan 'dermatofyten', oftewel: in de huid groeiende planten.

Andere schimmels gebruiken suiker of vet als voedingsbron. We noemen ze gisten. Daarvan zijn ook veel verschillende soorten. Sommige laten het brood rijzen, andere worden gebruikt bij de productie van bier, maar ook hier zijn soorten bij die op of in de mens groeien. De meest bekende zijn 'Candida' en 'Pityrosporum'. Ze kunnen infecties van de huid en de slijmvliezen veroorzaken.

En dan is er nog een groep schimmels waar heel agressieve soorten bij zitten. Een veelvoorkomende is Aspergillus. Eigenlijk komen ze overal voor, maar voor mensen met weinig weerstand kunnen ze heel gevaarlijk zijn. Ze veroorzaken vooral infecties in de luchtwegen.


Alleen bij weinig weerstand

Schimmels en gisten geven meestal geen hinder. De problemen ontstaan pas als we te weinig weerstand hebben. Ook in het bos groeien schimmels: op dode bomen. Bij mens en dier grijpen ze hun kans als de huid kapot is of als we door andere ziektes of medicijnen weinig weerstand hebben.


Draden en sporen

De meeste schimmels hebben een 'groeivorm' en een 'voortplantingsvorm'. De paddestoelen in het bos zijn de voortplantingsvorm: onder de hoed zitten talloze sporen, die kunnen uitgroeien tot een nieuwe schimmel. Onder de grond zit een stelsel van schimmeldraden: de groeivorm (het mycelium of zwamvlok).

Ook de schimmels die op of in ons lichaam groeien, hebben twee vormen. Maar die zijn zo klein dat ze alleen met een microscoop te zien zijn. Wat je wel ziet, voelt en ruikt, zijn de gevolgen van de groei: een geïrriteerde huid, een beslagen mond of witte vloed. Maar door hun sporen kunnen ook andere mensen worden besmet.

Sommige 'gewone' aandoeningen kunnen het gevolg zijn van een schimmelinfectie: bijvoorbeeld kalknagels, hoofdroos en rare vlekken kunnen door schimmels worden veroorzaakt.