Geboorteplanning is tegenwoordig niet ongewoon in de westerse wereld. Vroeger was gemeenschap voor het huwelijk uit den boze, terwijl na het huwelijk 'vanzelf' de kinderen kwamen. Nu trouwen veel mensen pas als ze - gepland - in verwachting zijn, of ze stellen het krijgen van kinderen uit tot ze 'eraan toe zijn'. Ook zijn er mensen die ervoor kiezen om geen kinderen te krijgen.
Dit kan allemaal door de ontwikkelingen in de geneeskunde. De komst van de anticonceptiepil deed in de jaren zestig nog veel stof opwaaien; nu behoort de pil tot de normale uitrusting van de zelfbewuste jonge vrouw die (nog) geen kinderen wil krijgen.
De anticonceptiepil is - na algehele onthouding en sterilisatie - de betrouwbaarste methode voor geboorteplanning. En - ook belangrijk - in tegenstelling tot sterilisatie is het een optie voor mensen die in de toekomst nog kinderen willen hebben.
Er zijn nog andere manieren voor geboorteregeling; deze zijn iets minder betrouwbaar dan de pil, maar hebben soms andere voordelen. Zo beschermt het condoom tegen seksueel overdraagbare aandoeningen. Jonge vrouwen die niet altijd met dezelfde partner vrijen, gebruiken daarom als ze verstandig zijn, zowel de pil als het condoom: de pil om niet zwanger te worden, het condoom tegen infecties.
Niet iedere vrouw mag de pil gebruiken. Als u een verhoogd risico heeft op bepaalde hart-vaatziekten (trombose, hartaanval, beroerte) of bepaalde bloedziekten of stofwisselingsziekten heeft, kunt u beter een andere methode van anticonceptie kiezen