De anticonceptiepleister bevat dezelfde hormonen als de gecombineerde anticonceptiepillen: oestrogeen (in dit geval ethinylestradiol) en progestageen (in dit geval norelgestromin). Elke pleister geeft een week lang gelijkmatig hormonen af die via de huid rechtstreeks in je bloedbaan terechtkomen. Deze hormonen voorkomen op twee manieren dat je zwanger raakt. Ze zorgen dat je eierstokken geen eicel afgeven. Ze verdikken het slijmvlies van je baarmoederhals. Het is dan voor sperma erg moeilijk om in de baarmoeder te komen.
Elke week plak je een pleister die je na een week vervangt door een nieuwe. Dit doe je 3,4,5 of 6 weken achtereenvolgens en daarna las je een stopweek in, waarin je je onttrekkingsbloeding krijgt.